Nieuwsbrief vijf
November 2007

 

In november is een auto over land naar Gambia vertrokken. Ad Jansen was hierbij mijn reisgenoot.

De auto was helaas niet op de geplande dag klaar, waardoor Ad pas later kon vertrekken dan gepland was.

Nadat uiteindelijk de aanhanger met hulpgoederen achter de auto hing en er nog stickers van de Aljamdu stichting op de auto geplakt waren, konden dochter Sarah en ik Ad uitzwaaien.

Vijf dagen later werd ik in Malaga door Ad opgepikt voor de rest van de reis.

Enige tegenslag was er al geweest door twee klapbanden.

Bij de Marokaanse grens werden we bijna teruggestuurd omdat we geen groene kaart hadden. De auto heeft een een Gambiaans kenteken en een “brown card”. Omdat ze dit niet kenden moesten we ze overtuigen van onze bedoelingen, waarbij de stickers van de stichting op de auto ons betoog meer overtuigingskracht gaven.

We hadden er al twee weken opzitten toen we aan de Senegalese grens kwamen. De reis was tot dan toe zeer vlot verlopen.

Helaas kregen we bij de grens problemen met de Senegalese douane die de inhoud van de trailer aanmerkte als handelswaar i.p.v. hulpgoederen. Hoe we ook praatten, het hielp niets.

Uitermate boos en gefrustreerd betaalden we de aanslag van 250 euro en daarna verplichtten ze ons rechtstreeks door te rijden naar Gambia onder militaire begeleiding.

Ons plan om diverse stops in Senegal aan te doen viel daardoor in duigen.

Omdat we ook de hele nacht door moesten rijden werd het een zware klus. Auto’s met slechte verlichting, slapende dieren die op het warme wegdek lagen en jagende vogels zoals uilen en nachtzwaluwen moesten regelmatig ontweken worden. Tot overmaat van ramp wees de begeleidende militair ons de verkeerde weg zodat we meer dan zestig kilometer extra over een zeer slechte weg moesten rijden. Het werd helemaal een hachelijke onderneming toen we remproblemen kregen, waardoor alleen nog de handrem gebruikt kon worden. Omdat het zeer rustig was op de weg en stoppen in die omstandigheden geen optie was, besloten we uitermate voorzichtig door te rijden. Het laatste stuk weg naar de grens was zo slecht dat het een nog grotere beproeving werd. Laat in de nacht bereikten we uitgeput de grens waar overal mensen lagen te slapen, omdat de post nog niet open was. Binnen de kortste keren lagen we ook te ronken.

Bij het krieken van de dag konden we alles toch nog vrij snel afwerken en werden we hartelijk ontvangen door de Gambiaanse autoriteiten.

Stapvoets reden we daarna verder naar onze eerste bestemming Jimbana Park, vlakbij Aljamdu. Nadat we ons geinstalleerd hadden en een duik genomen hadden in de kreek, kwamen we weer wat bij zinnen. In de loop van de middag gingen we voor het eerst naar Aljamdu om wat bekenden te groeten. Daarna haalden we in Barra nog wat bier om onze aankomst te vieren.

De volgende dag gingen we met de trailer naar de nursery school om de goederen af te geven. Na het bekende scanderen van welcome, welcome werden we weer toe gezongen in de klas. Ad en ik zongen weer vader Jacob, waarbij mijn vals zingen als tweestemmig werd aangemerkt.

Daarna werden de goederen aan het schoolcomite overgedragen en werden de glijbanen opgesteld en meteen enthousiast in gebruik genomen. Enkele notoire voordringers werden door mij al spoedig achter in de rij gezet. Sommigen bleken nogal hardleers en had ik diverse keren in handen. De rest stelde zich in het algemeen netjes in de rij op.

Natuurlijk kregen we weer een maaltijd voorgeschoteld, waarbij we weer de beste stukjes toegegooid kregen. Handigheid in het eten met de handen heb ik nog niet, maar het ging geleidelijk aan beter.

In de middag zochten we weer afkoeling in de kreek, waarna we een vergadering hadden met het schoolcomite. Nu we elkaar al langer kennen hoeven we veel minder uit te leggen waardoor de vergadering spoedig verliep. Ad en ik deelden in Jimbana Park ons laatste biertje, en genoten nog wat na van de prachtige Afrikaanse nacht met zijn sterrenhemel en natuurlijke geluiden.

We begonnen de volgende dag met een ochtendwandeling in de omgeving. Al gauw werd de hitte ons te veel en keerden we terug naar het kamp. We gingen eerst naar de tuin van Musa Drammeh om de vorderingen te aanschouwen. Er is flink aangepakt sinds mijn laatste bezoek in juni. Er zijn verschillende onderkomens gebouwd voor de kippen, eenden en geiten. Er is een slaapvertrek om de tuin in de nacht te kunnen bewaken en er is weer flink wat gezaaid en geplant. De opbrengst van de oogst is wisselvallig en wordt mede bepaald –zoals bij de rijst- door de hoeveelheid neerslag. Aangezien deze te gering was staat het rijstveld er maar armetierig bij.

Daarna bereidde Musa een maaltijd voor ons waaruit bleek dat hij ook een bedreven kok is.

Uitbuiken deden we weer in Jimbana Park.

Na een plons in de kreek gingen we naar Sittanunku waar de primary school is. De hoofdonderwijzer leidde ons rond en liet trots de gerepareerde pomp zien. We overhandigden de shirts voor twee voetbalteams en pakten daarna de meegebrachte trampoline uit. Deze hebben we speciaal voor de meisjes meegenomen omdat die niet voetballen.

Het in elkaar zetten bleek nog niet zo eenvoudig, omdat de gebruiksaanwijzing voor diverse types bleek te gelden.

Na een korte springdemonstratie, waarbij de leerlingen met grote gretige ogen toe keken, werd de trampoline weer gedemonteerd en veilig opgeslagen.

We brachten daarna nog een beleefdheids bezoek aan de familie van Wendy, de andere onderwijzeres van de nursery school. In het verblijf van haar vader kwamen nog wat familieleden om kennis te maken. Ze bleven deels onzichtbaar omdat de ruimte slechts verlicht werd door een klein kaarsje. In deze unieke sfeer werden diverse beleefdheden uitgewisseld, waarna we weer vertrokken.

De volgende morgen namen we afscheid van diverse families en de nursey school.

Al de kinderen droegen de rode t-shirts die we meegenomen hadden. Ze zijn allemaal van dezelfde maat. Dat betekent dat ze bij de grootste kinderen redelijk als t-shirt passen, maar bij de kleintjes komen de t-shirts tot de enkels. Niemand stoorde zich er aan en iedereen huppelde er vrolijk en trots in rond.

Tot slot bracht Mariama nog een verzoek over van een andere primary school in het dorpje Bakalar om daar ook een waterleiding aan te leggen. Het past in onze doelstelling, dus beloofde ik om de aanvraag mee te nemen. Tekeningen van de school gingen in onze tas en moe van al de indrukken gingen we weer op weg.

Met Fanta besprak ik nog haar ervaringen met het dorp. Ze denkt in elk geval kritisch mee en gaf tot slot de financiële verantwoording mee, want transparant moet het project blijven.

Conclusies en ervaringen van deze reis:

- Door veranderende situaties en noden kan de hulpvraag snel veranderen. Zo blijkt het schoolfeeding programma voor nursery schools afgeschaft te zijn, net nu de keuken bijna af is. De vloeren van de klaslokalen blijken te verpulveren en moeten hersteld worden.

- Goederen vanuit Nederland alleen sturen als het niet anders kan. Beter is het om geld te sturen, waardoor de lokale markt ook ondersteund wordt.

- Men heeft al weer wat gepresteerd met onze financiële bijdrage.

- Economisch gezien is het een kwestbare gemeenschap, met name de bewoners die erg afhankelijk zijn van één product. In de toekomst nieuwe economische bronnen ontwikkelen zou een logisch vervolg van onze activiteiten kunnen zijn. Eén van de mogelijkheden zou eco toerisme kunnen zijn onder strikte voorwaarden. Misschien kan iemand dit als studie/stage nader onderzoeken en uitwerken. De individuele kwestbaarheid kan verminderd worden door andere organisatie. In het dorp Tumani Tenda is alles collectief. Misschien kan dit als voorbeeld dienen.

- Willen we vooruit kunnen dan moeten we spoedig nieuwe sponsoren vinden.

Gert.


<<<terug naar de vorige pagina